Dagpauwoog

Gezamenlijk zaten deze dagpauwogen op de laatste vlinderstruik bloemen.

De dagpauwoog (Aglais io) is een middelgrote vlinder uit de familie Nymphalidae en de onderfamilie aurelia’s (Nymphalinae).

De dagpauwoog is een van de bontst gekleurde en bekendste soorten vlinders in Europa. De soort komt binnen Europa algemeen voor in de gematigde zones en ontbreekt in het uiterste noorden en zuiden. Ook in de gematigde gebieden van Azië vinden we de soort tot in Japan. Het grote verspreidingsgebied is onder meer te verklaren doordat de belangrijkste waardplant, de brandnetel, zoveel voorkomt. In België en Nederland is de dagpauwoog algemeen aanwezig.

De dagpauwoog is hier niet te verwarren met andere vlinders vanwege de grootte, de oranjerode vleugels en de karakteristieke oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel. De onderzijde is juist goed gecamoufleerd door donkerbruine kleuren en donkere strepen.

De dagpauwoog is goed onderzocht waardoor er veel bekend is over de levenswijze, de voortplanting en de ontwikkeling van de vlinder. Het is een van de soorten die als volwassen vlinder overwintert en ‘s winters kan worden aangetroffen in huizen.

De dagpauwoog is een palearctische soort die voorkomt in grote delen van Europa en oostwaarts in Azië voorkomt tot in Japan. In zuidelijk en zuidoostelijk Azië ontbreekt de soort.

Binnen Europa heeft de soort zijn noordgrens in het zuiden van Scandinavië omdat het ten noorden hiervan te koud is.In het zuiden van Europa ontbreekt de soort rond het Middellandse Zeegebied. In Groot-Brittannië is de dagpauwoog met name in het zuidelijke deel te vinden en wordt deze naarmate men noordelijker komt, zeldzamer. In Ierland komt de soort wel algemeen voor.

De vlinder heeft geen echte voorkeur voor een bepaald leefgebied, als het maar zonnig is en er bloemen zijn om nectar uit te zuigen. Daarom is de soort vooral te vinden in bloemrijke graslanden, maar ook tuinen worden veel bezocht en vooral als er planten als de vlinderstruik in staan. Veel vlinders worden in hun verspreiding in sterke mate beperkt door de verspreiding van de waardplanten waarop de rupsen leven. De larven van de dagpauwoog beschikken echter over een ruim aanbod aan voedsel omdat de brandnetels waarop ze leven zeer algemeen voorkomen. De vlinder kan zich hierdoor ontwikkelen in slecht onderhouden tuinen, slootkanten, industrieterreinen, braakliggende stukken grond, bosranden, vuilstortplaatsen, parken, wegbermen, spoordijken en vele andere door de mens geschapen biotopen.

De dagpauwoog is een standvlinder maar kan nieuwe gebieden snel koloniseren. De soort kan tot tientallen kilometers zwerven, waarbij de dieren vooral met de wind mee worden gevoerd en niet gericht trekken zoals bijvoorbeeld de atalanta. Soms komen grote aantallen door de wind meegevoerde exemplaren voor, zoals in het jaar 1995 het geval was in Nederland. Ook de algemene verspreiding van de voedselplanten draagt ertoe bij dat de soort in een gunstig jaar enorm in aantal kan toenemen; dan zijn er drie generaties mogelijk en leggen de vrouwtjes tot 1000 eitjes.

In België en Nederland is de soort van de vroege lente tot in de herfst vrijwel overal te vinden, ook in hoger gelegen delen van de Ardennen en op alle Waddeneilanden.In de jaarlijkse tuinvlindertelling van De Vlinderstichting werd de dagpauwoog tussen 2 en 4 augustus 2013 38.883 maal waargenomen en was daarmee de meest getelde soort.

Bron Wikipedia Foto Tonnie Verheijden