Knobbelzwaan

De Knobbelzwaan is in Love.

De knobbelzwaan (Cygnus olor) is een soort zwaan. Hij is een vertrouwde verschijning in plantsoenen en op meren. Hij leeft voornamelijk van waterplanten, waar hij met zijn lange hals naar grondelt, maar hij eet ook gras.

De knobbelzwaan kan een spanwijdte van 2,40 meter bereiken en is daarmee de grootste watervogel. Hij is 140 tot 160 cm groot. Met zijn lange nek kan hij ver onder water reiken. Met 10 tot 12 kg behoort de knobbelzwaan tot de zwaarste vliegende dieren. Hij is ongeveer even groot als de wilde zwaan, maar veel groter dan de kleine zwaan. De knobbelzwaan is wit en heeft een oranjerode snavel. De kop en hals hebben een lichtgele schijn. De onbevederde huid aan de snavelwortel en om het oog, onder de voorhoofdsknobbel, is zwart. Die voorhoofdsknobbel is bij mannetjes heel opvallend. Ook de poten zijn zwart. De ruglijn is sterk gebogen. De hals wordt bijna altijd in een sierlijke S-vorm gehouden. Die hals heeft het grootste aantal halswervels van alle vogels. De kop wordt altijd iets omlaag gebogen. De snavel is relatief breed. Er is weinig maar duidelijke seksuele dimorfie(het mannetje en het vrouwtje zien er bijna hetzelfde uit). Het mannetje is groter, hij heeft ook een zwaardere nek. Zoals reeds gezegd heeft het mannetje een knobbel boven de snavel. In de lente zwelt die knobbel aan en de snavel wordt roder.

De knobbelzwaan maakt gorgelende en blazende geluiden, al zijn die niet vaak te horen. In de vlucht maken de vleugels een laag, zingend geluid dat wordt veroorzaakt door de wind die erlangs strijkt. De knobbelzwaan die op het nest wordt gestoord, maakt een sissend of knorrend geluid. Onvolwassen vogels maken een zwak, fluitend geluid. De contactroep is een zelden gehoord meeuwachtig ga-oh.

Bron Wikipedia  Foto Tonnie Verheijden

Geef een reactie

Your email address will not be published.